Reactie op onderzoek Fair Practice Code naar Tweede Kamer

Vaste Kamercommissie OCW

Per e-mail verzonden

 

 

 

Datum 27 februari 2020

Betreft Aanbieding onderzoek Fair Practice Code

 

 

Geachte cultuurwoordvoerders,

 

Op 19 februari jongstleden heeft Minister vanEngelshoven het onderzoek naar de Fair Practice Code in de culturele sectoraangeboden aan de Tweede Kamer. Wij zijn blij dat dit heldere onderzoek afgerondis en met duidelijke conclusies komt. Ter voorbereiding op uw debat van 4 maartaanstaande vragen wij graag uw aandacht voor het volgende.

 

Motie Asscher is gedeeltelijk uitgevoerd. Gevolgen pop niet zichtbaar

In de adviesaanvraagbeoordeling basisinfrastructuur 2021-2024 worden de commissies van de Raadvoor Cultuur gevraagd om oog te hebben voor diversiteit, voor nieuwe genres eninnovatie. Ook in andere beleidsnotities ter voorbereiding van debeleidsperiode ’21-’24 is daar, tot onze grote vreugde, steeds aandacht voorgevraagd.

Als popmuzieksector vinden wij het daarom teleurstellend,dat het laatste onderzoek van SiRM naar de gevolgen van Fair Practice wederom nietmeer dan een deel van de gevolgen laat zien voor die organisaties die door hetRijk meerjarig worden gefinancierd. De popsector, een belangrijk onderdeel vande cultuursector, valt buiten beeld.

Dit was ook al het geval bij het onderzoek ‘Op weg naar het nieuwe normaal’ tevensgedaan door SiRM in opdracht van Kunsten ’92. Wij willen voorkomen dat deconclusies van het recente onderzoek ten aanzien van de hele sector zullenworden getrokken. We pleiten daarom ook voor aanvullend onderzoek en devolledige uitvoering van de motie Asscher en cs.

 

Aanvullend onderzoek is nodig vanwege aard popsector

In de popsector komt het vaak voor dat artiestengeen subsidie ontvangen, veelal zelfstandig zijn en een vergoeding krijgen diete maken heeft met hun zogenaamde ‘marktwaarde’. De gevolgen van de FairPractice Code voor deze groep artiesten is nog steeds niet onderzocht. Wijverwijzen daarom opnieuw naar een onderzoek uit 2016, ‘Pop wat leverthet op’[1], uitgevoerd in opdracht van NTB (tegenwoordig Kunstenbond), SENAPerformers, NORMA en FNV Kiem (tegenwoordig Kunstenbond). De gemiddeldepopmusicus heeft een bruto jaarinkomen (inkomsten uit muziek plus andereinkomsten) van rond de € 18.000 en ruim de helft van de musici verdiende het afgelopenjaar niet meer dan € 9.000 bruto met muziek.

 

Meer voor minder werkt niet in de pop

De denkwijze dat met meer (overblijvende) subsidieminder organisaties en minder voorstellingen tegen een in ieder geval faire vergoeding gerealiseerd kunnen worden,lijkt een uit de theatersector geïmporteerde gedachte waar zogenaamd sprake isvan ‘overaanbod’. Voor de popsector is deze stellingname bij gelijkblijvendesubsidiebudgetten hachelijk te noemen. Popartiesten ontvangen maar in een kleinaantal gevallen directe productiesubsidie voor de optredens. Met hetterugbrengen van het aantal presentatieplekken komen andere doelstellingen vanhet cultuurbeleid in gevaar. Innovatie, pluriformiteit, veelkleurigheid, juistde pijlers waar omheen popmuziek zich de komende jaren binnen het cultuurbeleidals nieuwkomer wil gaan manifesteren, komen op deze manier onder druk te staan.

 

 

Fair Practice is meer dan tekortschietend werkgeverschap

De Popcoalitie vraagt zich tot slot af waarom debetekenis van Fair Practice Code voor de culturele sector is vernauwd tot onderzoeksvragendie louter betrekking hebben op meerkosten bij een gelijkblijvend aanbod (engelijkblijvend subsidiebudget) dan wel de consequenties voor het bestaande aanbod.Daardoor is er in het onderzoek vooral aandacht voor compensatie voortekortschietende beloning en onbetaald structureel overwerk. De kernwaarden alssolidariteit, duurzaamheid, diversiteit, vertrouwen en transparantie krijgenverder amper aandacht. Los van de verwachting dat die principes ook autonomekostenstijgingen als gevolg zullen hebben, is er in het onderzoek geen aandachtvoor mogelijke inhoudelijke accentverschuivingen.

 

Met vriendelijke groeten,

 

 

 

 

Arjo Klingens

Voorzitter Popcoalitie

 

 

 


[1] https://ntb.nl/wp-content/uploads/2016/01/Pop-wat-levert-het-op-2016.pdf

 

Aanvullend onderzoek is nodig // Meer voor minder werkt niet in de pop // Fair Practice is meer dan tekortschietend werkgeverschap
Position Paper
Het samenwerkingsverband van de Nederlandse popmuziek formuleert hierin een prioriteitenlijst met investeringen die noodzakelijk zijn om de succesvolle nederpop haar positie te doen behouden en de kansen die de internationale markt biedt te benutten.