De Popcoalitie 

Postbus 929 

1200 AX Hilversum 

Raad voor Cultuur 

T.a.v. dhr. Joop Daalmeijer 

Prins Willem Alexanderhof 20 

2595 BE Den Haag 

Betreft: Cultuurbeleid 2017-2020 

Geachte heer Daalmeijer, 

De Popcoalitie volgt de ontwikkeling van het cultuurbeleid voor de periode 2017-2020 met grote belangstelling. Hierbij ontvangt u onze bijdrage aan de discussie. 

De Nederlandse popmuziek kent een grote veelzijdigheid en is van hoge kwaliteit. Popmuziek kan rekenen op een hoge publieksparticipatie van jong tot oud. De verscheidenheid in genres is groot en voortdurend vernieuwend, zowel door de ontwikkeling van nieuwe (sub)genres als door artistieke innovatie binnen bestaande genres. De consument geniet van dit brede aanbod via radio, televisie, geluidsdragers, digitale media, concert- en festivalbezoek. Er worden voortdurend nieuwe methoden van publieksbereik ontwikkeld, zowel middels apps als door innovatie bij concerten en festivals. 

De Nederlandse popmuziek gedijt steeds beter in de mondiale muziekmarkt. De Nederlandse elektronische dance muziek is zelfs zo hoog van kwaliteit dat Nederlandse artiesten internationaal veelgevraagd zijn. In Nederland kent de popmuziek een enorm internationaal aanbod; artiesten concurreren dus automatisch op internationale schaal. Het is van groot belang dat Nederlandse artiesten zowel nationaal als in het buitenland in staat zijn om zich te ontwikkelen, te ontplooien en waar mogelijk een professionele carrière te ontwikkelen. Nederlandse popmuziek verdient het om in Nederland, maar ook wereldwijd gehoord te worden. 

In de huidige beleidsperiode zijn alle organisaties en projecten ten behoeve van de popsector verdwenen uit de basisinfrastructuur. In de vorige Cultuurnota Meer dan Kwaliteit kwam popmuziek vrijwel niet aan de orde. Wij dringen erop aan dit in de komende nota niet het geval te laten zijn. Meer dan ooit zijn er kansen om het potentieel van de sector te benutten. Hoewel het goed gaat met de popsector, bestaan er significante knelpunten die investeringen verdienen, zowel beleidsmatig als middels subsidieregelingen. 

De Popcoalitie gaat graag de dialoog aan met u, de ministeries en de politieke partijen om inhoud te geven aan de positie van popmuziek binnen het Nederlands cultuurbeleid. Met deze brief maken wij onze visie kenbaar op een aantal belangrijke onderwerpen. 

1. Cultuureducatie en muziekonderwijs 

De Popcoalitie is blij dat het muziekonderwijs, dankzij de impuls aan het Fonds voor Cultuurparticipatie, terug is op de basisschool. Dit opent de weg naar beter muziekonderwijs voor heel veel kinderen in Nederland. Om deze investering verantwoord te doen moeten onzes inziens twee zaken in het oog gehouden worden: 

 Een noodzakelijke voorwaarde voor goed muziekonderwijs is goede docentopleidingen. Wij vragen u de minister te adviseren om de bestaande opleidingen docent muziek te moderniseren door een grotere focus op popmuziek. De popopleidingen en hun alumni kunnen daarvoor mede de contouren bepalen. 

 De implementatie van de regeling van het Fonds voor Cultuurparticipatie vraagt om een goede afstemming tussen landelijk en regionaal/lokaal beleid. Wij wijzen u daarom graag op het Masterplan Muziekonderwijs Limburg als voorbeeld van een regionale aanpak waarin de verschillende betrokken partijen elkaar versterken. Wij zien dit als een goed uitgangspunt voor landelijk beleid. 

 

2. Talentontwikkeling 

Anders dan in de andere podiumkunsten vindt bij popmuziek talentontwikkeling deels in het amateurcircuit plaats, en deels in het professionele circuit. Hierbij spelen poppodia, popfestivals, vakopleidingen en regionale/lokale poporganisaties ieder een rol. Samenwerking tussen deze partijen is op dit punt essentieel en komt over het algemeen steeds beter op gang. Er zijn grote verschillen in de mate waarin talentontwikkeling lokaal en regionaal wordt ondersteund. Landelijke financiering is daardoor vaak van doorslaggevend belang. De verruiming van de regeling Nieuwe Makers is in dit opzicht een positieve ontwikkeling. Wel constateren wij dat niet alle regelingen bij het Fonds Podiumkunsten en het Fonds voor Cultuurparticipatie voldoende op popmuziek zijn ingericht. Ze zijn niet het hele jaar door toegankelijk of kennen deadlines lang voor de uitvoering van een project. Dat het anders kan bewijst het snelloket bij het Fonds Podiumkunsten, dat wel effectief omgaat met de dynamiek van de popsector. 

 Om duurzaam talentontwikkeling te kunnen faciliteren in de popsector is het van belang om de verantwoordelijkheid niet alleen bij de podia te leggen maar samenwerking tussen podia en lokale initiatiefnemers te stimuleren. 

 Om te kunnen inspelen op de dynamiek van de popmuziek is het van belang dat subsidieregelingen het gehele jaar door toegankelijk zijn en een korte procedure hebben. 

 Adviseer de minister om een loketfunctie voor talentontwikkelingsprojecten bij het Fonds voor Cultuurparticipatie op te zetten. 

 

3. Inkomenspositie muzikanten 

Marktwerking in de popmuziek is bepalend voor de dynamiek van de popsector. De marktverhoudingen maken echter ook dat artiesten en uitvoerend muzikanten, zolang ze nog geen grote marktwaarde vertegenwoordigen, vaak de sluitpost op de begroting zijn. Het resultaat is een grote ongelijkheid in arbeidsvoorwaarden tussen de popmuziek en andere sectoren. 

 Binnen subsidieregelingen moet meer aandacht komen voor de feitelijke hoogte van gages van muzikanten, die in verhouding redelijk moeten zijn. 

 

4. Pop in Basisinfrastructuur 

In de huidige basisinfrastructuur ontbreken popmuziekinstellingen. Ingaand op de vraag van de minister naar “witte vlekken” in de BIS, pleiten wij voor de openstelling van de BIS voor popmuziekinstellingen, productiehuizen en toonaangevende festivals. 

5. Internationalisering/export 

De Nederlandse popmuziek heeft een exportwaarde van maar liefst 158,8 miljoen euro (cijfers 2013). Een groot deel van deze exportwaarde wordt gerealiseerd door de bloeiende elektronische (dance) muziek. De groeiende export en daarmee het groeiende netwerk bieden echter ook grote kansen aan de Nederlandse popmuziek in haar volle breedte. Een structurele voorziening voor het opbouwen van internationale carrières van opkomende Nederlandse popartiesten ontbreekt echter. Op uitnodiging van het Ministerie van OCW neemt de Popcoalitie deel aan het overleg over de internationalisering en internationale promotie van de popmuziek. Onze standpunten geven wij hierbij ook graag aan u mee. 

 Op dit moment zijn er bij zowel het Fonds Podiumkunsten en het Fonds Creatieve Industrie als bij het ministerie van Economische Zaken stimuleringsmaatregelen voor internationalisering. Wij pleiten voor meer synergie tussen de verschillende financieringsregelingen voor internationalisering/export bij de verschillende fondsen waarbij het specifieke karakter van de popmuziek in ogenschouw wordt genomen. 

 Wij pleiten voor een specifiek programma om export van kansrijke popmuziek te ondersteunen in plaats van incidentele, versnipperde toegang tot enkele subsidieregelingen die niet optimaal bij de sector passen. 

 

6. Inkomens tekstschrijvers, muziekuitgevers en componisten: auteursrechten 

Tekstschrijvers, muziekuitgevers en componisten halen een belangrijk gedeelte van hun inkomsten uit auteursrecht. Opgenomen muziek is daarbij minstens zo belangrijk als optredens. De markt voor opgenomen muziek is de afgelopen twintig jaar totaal getransformeerd, en zal als gevolg van Europese wetgeving verder veranderen. Voor de verspreiding van Nederlandse popmuziek is distributie via legale digitale kanalen van levensbelang. Ten eerste omdat alleen via verspreiding via deze kanalen auteursrechtelijke inkomsten geborgd zijn; ten tweede omdat via deze kanalen de muziek een markt vindt in het buitenland. 

 De overheid dient het goede voorbeeld te geven in waardebepaling van intellectueel eigendom en waar mogelijk legale verdienmodellen te steunen. Niet-geautoriseerd gebruik moet actief ontmoedigd worden. 

 

7. Creatieve industrie 

Popmuziek is bij uitstek een creatieve industrie waarbij een digitaal, niet stoffelijk product, namelijk het liedje/cq muziek, wereldwijd verkocht wordt en inkomsten en werkgelegenheid in Nederland genereert. De Popcoalitie zet stappen om popmuziek te verankeren in het topsectorenbeleid voor de Creatieve Industrie. Mede hiervoor wordt een onderzoeksagenda opgesteld in samenwerking met CLICKNL en de Creative Council. Wij vragen de Raad voor Cultuur om in haar advies deze samenwerking te stimuleren. In dit verband wijzen wij er graag op dat popmuziek een hybride verschijningsvorm is: het is zowel een podiumkunst als een creatieve sector. Wij dringen erop aan dat u dit ook 

richting het Ministerie van OCW communiceert, ter voorkoming van het wegvallen van steun voor ofwel het een, ofwel het ander. 

Tot slot, wij steunen het Festivalmanifest en de inbreng van belangenvereniging Kunsten92 voor de nieuwe Cultuurnota. Voor popmuziek geldt een andere dynamiek dan voor andere cultuuruitingen. Juist daarom verdient de popsector een heldere verankering in cultuurbeleid. 

Met vriendelijke groet, 

Wilbert Mutsaers 

Voorzitter Popcoalitie 

CC: Ministeries OCW, V&J, EZ, Vaste Kamercommissies OCW, V&J, EZ, Fonds Podiumkunsten 

De Popcoalitie is een samenwerkingsverband van een groot aantal organisaties uit de pop- en dancemuzieksector, waaronder 3FM/NPO; Buma Cultuur; Buma/Stemra; FNV-KIEM/BV Pop; Music Managers Forum (MMFnl); Ntb; NVPI (branchevereniging van de entertainmentindustrie); Open House; POPnl (het samenwerkingsverband tussen de twaalf provinciale popkoepels en die van de stad Amsterdam); Sena Uitvoerende Kunstenaars; Stichting Onafhankelijke Muziekproducenten (STOMP), Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF); Vereniging van Evenementenmakers (VVEM) en diverse muziekvakopleidingen. 

Meer informatie: Robbert Baruch, robbert.baruch@bumastemra.nl, 06-25056699