Publicaties

Regelmatig mengt de Popcoalitie zich in het publieke debat. Ook probeert de coalitie de popsector hoger op de politieke agenda te krijgen, door onderwerpen schriftelijk en mondeling onder de aandacht te brengen bij politici en beleidsmakers. Dit heeft inmiddels geleid tot aanpassingen in beleid, onder meer op het gebied van cultuureducatie, muziekonderwijs en talentontwikkeling.

In een brief aan de Tweede Kamer, naar aanleiding van de hoorzitting Popmuziek in april 2013, heeft de Popcoalitie haar belangrijkste wensen kenbaar gemaakt:

'Ten aanzien van de gesprekken over een specifiek Fonds voor Popmuziek naar Canadees model, willen wij aangeven dat popmuziek, inclusief de snel groeiende dancemuzieksector, in omvang (bezoekcijfers, omzet, aantallen beoefenaars) inmiddels veruit de grootste vorm van podiumkunst is, maar desalniettemin geheel verdwenen is uit de BIS. Voor ondersteuning is de sector aangewezen op het Fonds Podiumkunsten. Het Fonds besteedt op jaarbasis 2,5 miljoen euro (cijfers 2012) aan popmuziek, 4% van het totale Fondsbudget. Het Fonds Podiumkunsten werkt op een wijze die vooral aansluit bij de wereld en werkwijze van theater, dans en klassieke muziek; dat wil zeggen, vooral ‘aanbodgestuurd’. Popmuziek, van oudsher naast artistiek- ook sterk marktgeoriënteerd, kan hier in de praktijk slecht mee uit de voeten en doet in de praktijk zelden een beroep op deze regelingen. 

Wij pleiten er daarom voor dat het Fonds Podiumkunsten een apart intern ‘Fonds Popmuziek’ vormt, binnen haar eigen organisatie en budget, met een specifiek op de popmuziek toegesneden werkwijze en een substantieel hoger budget dan de huidige 2,5 miljoen euro, te weten 5 miljoen euro. Dit kan relatief eenvoudig worden onttrokken aan de huidige budgetten voor aanbodsubsidies die in theorie voor popmuziek beschikbaar zijn, maar in de praktijk niet worden aangevraagd. Dit Fonds Popmuziek zou zich moeten bezighouden met het ondersteunen van: 

A. Talentontwikkeling (evenementen als de Grote Prijs van Nederland, Popronde en de Muzikantendag, matching van lokale en regionale initiatieven en de ondersteuning van de verdere artistieke ontwikkeling van professionele artiesten/auteurs); 

B. Kwaliteitsbewaking (dat wil zeggen: voortzetting van de huidige, goed functionerende vraaggestuurde popmuziekregeling, gericht op het clubcircuit); 

C. Exportbevordering. 

Inrichting van dit fonds voor popmuziek zou uitdrukkelijk in overleg met de makers en producenten van popmuziek tot stand moeten komen zodat het extra budget zo effectief mogelijk kan worden besteed. 

Ten aanzien van popmuziek en het topsectorenbeleid zijn wij van mening dat de succesvolle en innovatieve pop- en dancemuzieksector een meer prominente rol in het beleid en de uitvoering van de topsector Creatieve Industrie behoort te spelen. Pop- en dancemuziek zouden –net als mode, architectuur, design en e-culture– een integraal onderdeel moeten vormen van het internationaliseringprogramma en het kennis-, innovatie- en onderzoeksbeleid van het topsectorenbeleid. Daarbij is het van belang om te onderkennen dat de sector voor een belangrijk deel uit zzp'ers en kleine samenwerkingsverbanden bestaat, en dat elk initiatief op het punt van het topsectorenbeleid juist ook op die karakteristiek van de sector zou moeten aansluiten. De popmuzieksector is in afwachting van een uitnodiging van het Topteam Creatieve Industrie om een en ander daadwerkelijk invulling te geven. 

Ten aanzien van het onderwijs constateren wij dat het vak muziek hierin de laatste jaren veel terrein heeft verloren. Meerdere onderzoeken (Črnčec 2006; Gouzouasis 2007; Schellenberg 2007) hebben aangetoond dat het actief bespelen en passief beluisteren van (pop-)muziek een positieve invloed heeft op intelligentie, sociaal gedrag en concentratievermogen van kinderen en jongeren. Wij pleiten ervoor muziek weer een serieuze plaats te geven in het onderwijs en het vak te moderniseren zodat het beter past bij de muzikale beleving van kinderen en jongeren.'